Het Huub Zilverberg-syndroom

De plaatselijke favoriet wint (meestal) niet

Bij voetballen is de thuisploeg altijd een beetje in het voordeel. Maar in het wielrennen is een thuiswedstrijd juist extra moeilijk. De renner die voor eigen publiek rijdt, wordt net als in het voetbal opgezweept door zijn supporters. Maar wielrennen is een individuele sport, waarbij alle concurrenten kunnen samenspannen tegen die ene coureur, die juist vandaag wil aanvallen omdat hij gebrand is op de overwinning in eigen dorp. 

De schrijver Tim Krabbé heeft dat mooi beschreven in ‘43 Wielerverhalen’. Hij brengt daarin een ode aan zijn grote vriend Gerrie Knetemann, tevens trainingsmakker en clubgenoot van ‘Olympia’ uit Amsterdam.

Krabbé doet verslag van de Ronde van Ouderkerk aan de Amstel voor amateurs in 1973. Knetemann is ontsnapt uit het peloton met de plaatselijk favoriet Jacobs. Toeschouwers buigen zich over de dranghekken om de jongen uit eigen dorp te zien winnen, want: “Die Knetemann is niet rap.” Jacobs zal die Amsterdamse stratenmaker, tevens praatjesmaker, in de sprint kloppen. Althans, dat is de verwachting.

Krabbé voelt haarfijn aan hoe het zal aflopen. Op eigen terrein is een wielrenner zó gedreven om te presteren, dat hij zich door tegenstanders gemakkelijk in de luren laat leggen. Knetemann wint de ronde van Ouderkerk aan de Amstel. Plaatselijk favoriet Jacobs wordt tweede.

Krabbé vertelt in hetzelfde verhaal over Huub Zilverberg, een coureur uit Goirle, die als amateur en prof ontelbaar veel koersen won. Maar één overwinning behaalde Zilverberg nooit, de Ronde van Goirle. Zilverberg eindigde elk jaar in de Ronde van Goirle in de kopgroep. Maar hij werd nooit eerste. Omdat al zijn supporters daar wel op hadden gerekend, kun je dat traumatisch noemen.

Ach, ik ben zelf renner geweest en ik heb de ronde van Maarheeze gereden. Het was bij de nieuwelingen in 1974. Ik hoorde de aanmoedigingskreten van het publiek en ik voelde dat ik er harder door ging fietsen. Maar in de kopgroep keek ik iedere keer in het gezicht van de rappe sprinter Hans Plugers uit Eindhoven en tempobeul Bert Oosterbosch, eveneens uit Eindhoven. Hoe vaker ik werd aangemoedigd door het eigen publiek, des te sterker hun hoofdsignalen in mijn richting: “Jij wilt hier winnen, dus jij doet het kopwerk.”

Ik probeerde te ontspannen aan hun terreur. Ik plaatste een demarrage op de Sterkselseweg. Ik vloog over de keien van de Vogelsberg, over het asfalt van de Moonslaan en stoof door de bocht naar de Stationsstraat. Het was nog vier ronden, ik kon de wedstrijd in mijn voordeel beslissen. Bij het aanzetten van de laatste bocht naar de finishstraat, hoorde ik opeens de stem van Jan Ceelen. Hij riep: “Goeie bal, Eric!”

Dat was een heerlijk compliment. Maar ook een commentaar van een voetballer, geen wielrenner. Ik had amper 10 seconden voorsprong. “Goeie bal”, dat hadden ze nou net niet moeten roepen. Dat raakte precies het verschil tussen voetballen en wielrennen in eigen dorp. De loden last van het eigen publiek drukte enorm op mijn uithoudingsvermogen. Speaker Cor Wijdenes deed verslag van de “kansrijke uitlooppoging van de plaatselijk favoriet”, maar uit zijn intonatie bleek eigenlijk al dat mijn demarrage gedoemd was. Plugers en de rest van de kopgroep haalden mij in. In de sprint werd ik zesde. Plugers won.

Ik weet dat al die andere jongens die ooit ‘voor eigen publiek’ aantraden in de ronde van Maarheeze deze ervaring delen. Jac, Harrie, Mies en Jos van Gansewinkel. Frans Rampen, Frits Brouwers, Gerard Kraaijvanger en mijn oudere broer Hans Vrijsen. Hans, Frans en (de zoon van Frans) Danny Boelens. Jeroen van Happen, John Fiddelaers, Ruud Kooijmans en andere plaatselijk favorieten die ik wellicht vergeten ben te noemen. Ze wilden allemaal in hun thuiswedstrijd enorm presteren.

Maar de concurrenten buiten zo’n ambitie genadeloos uit – “Rij jij dan maar dat gat dicht!” – en het eindigt in een zekere teleurstelling. Noem het gerust ‘het Huub Zilverberg-trauma’: je kunt overal winnen, maar nooit in eigen dorp. Ze zitten verdorie allemaal op jouw wiel. Toch kun je ontsnappen aan het Huub Zilverberg-syndroom, zoals mijn jongere broer Jelle in 1984 liet zien. In het voorjaar van dat jaar had hij al de amateurkoers van Goirle gewonnen. Dit was niet zonder betekenis: een overwinning in het dorp van Huub Zilverberg.

In augustus was Jelle sterk genoeg om ook de Mijl van Mares te winnen. Natuurlijk, alle concurrenten zaten op zijn wiel. Maar hij had zich vooraf verzekerd van een belangrijke helper. Jelle studeerde destijds aan de universiteit van Nijmegen en trainde met Arthur Louwerse uit diezelfde stad. Ze zaten allebei in de ploeg van Frisia IJs. Ze sprintten in die dagen soms 20 keer achter elkaar de Holleweg in Beek-Ubbergen op. Arthur stelde zich die Augustusdag in Maarheeze volledig ten dienste van Jelle. “Jij moet hier die koers pakken”, formuleerde hij vooraf zijn voornemen en 100 kilometer lang hield hij zich aan die strategie. Je moet wielrennen alsof het voetballen is: teamwork. Louwerse reed tot vlak voor het eind alle gaten dicht. Jelle demarreerde in de laatste ronde. Met twee handen in de lucht passeerde hij de finish.

Er zijn filmbeelden van die overwinning. Jelle schiet voorbij in zijn oranje trui van Frisia IJs. Een paar tellen later komen andere jongens aanstormen, onder wie Louwerse, ook in het oranje. De film gaat verder met de gebeurtenissen in de VIP-tent, recht tegenover de finishlijn. Leo van Gansewinkel – de man die de Maarheezer wielrenners altijd had gesteund en lange tijd het servicebusje van zijn containerbedrijf op zaterdag en zondag uitleende voor het vervoer naar de wedstrijden – sprong overeind. Naast hem zat burgemeester Henk van den Broek. De toenmalige burgemeester was een aimabele regent; zeker geen man van overwinningsgebaren. Maar op die film zie je hem toch echt een gebalde vuist in de hoogte steken.

Winnen voor eigen publiek is in het wielrennen het mooiste dat er is. Ze kunnen alles vertellen over de Tour, de Giro, de Vuelta… maar een renner put nu eenmaal de meeste inspiratie uit het eigen dorp. Afrekenen met het Zilverberg-syndroom. Dat is het ware zoet der overwinning. 



Mediapartner van de Mijl:

Hoofdsponsoren

Vrienden van de Mijl

Hoevenaars Bestratingen